Marij Peeters


Marij Peeters is Gz-psycholoog, orthopedagoog-generalist, relatie- en gezinstherapeut en PTSTA-C ( opleider en supervisor in de TA). Vanuit haar vakgebieden beweegt ze zich binnen de werkvelden counseling en psychotherapie. Marij werkt als relatie- en gezinstherapeut/Gz-psycholoog in de GGZ. Ze werkt met kinderen en hun gezinnen,  met volwassenen, echtparen en groepen. Vanuit haar eigen praktijk werkt ze als supervisor en freelance opleider aan TA en niet-TA-opleidingen. Ze geeft  supervisie aan gedragswetenschappers en TA-studenten. Ze heeft een methodiek ontwikkeld, waarbij ze  systemische denkkaders verbindt met concepten uit de Transactionele Analyse via het werken met constellaties met ‘duplopoppetjes’.

Wat inspireert je het meeste bij het lesgeven in de TA?

In een TA opleiding blijf je niet onbewogen.
Leren zie ik als een afwisseling van verstilling door reflectie en anderzijds het in beweging komen door te ervaren en te experimenteren met nieuwe inzichten en gedrag. Ik focus daarbij op  krachten en hulpbronnen en ik zet ook mijn kennis van systemen in. In mijn wijze van trainen zitten narratieve, speelse en ervaringsgerichte elementen.

Wat was jouw allereerste kennismaking met de TA?

Toen ik jaren geleden met gezinnen in de thuissituatie aan hun opvoedvragen werkte, leerde ik de video-methodiek van J. Heijkoop kennen. Ik leerde  functionele ego-toestanden bekijken en zo zicht te krijgen op interacties tussen ouders en kind. Hij leerde me werken met een ontwikkelingsprofiel van het kind waarin hij de ontwikkeling van het ‘Zelf’ beschreef en daarbij onderscheid maakte met de sociale en de emotionele ontwikkeling. Dit hielp zicht te krijgen op de ‘eigen wijze’ van functioneren van het kind. Deze modellen gaven mij taal in het werken met ouders en hielpen me om open en ‘nieuwsgierig’ te kijken.

Wat maakte dat je besloot er verder in door te gaan?

Later in mijn werkzaam leven werkte ik als supervisor, werkbegeleider en leidinggevende. Ik zocht een opleiding waarbij ik de diepte in kon gaan in mijn werk. En voila! Ik dacht weer aan de TA. En ben begonnen aan de driejarige opleiding. Ik was erg gecharmeerd van de samenhang aan concepten en modellen en ook het ervaringsgerichte werken. Het ging in deze opleiding nu ook over mij en mezelf als professional.

Noem eens een hoogtepunt uit jouw TA opleiding

Ik herinner me nog goed dat een opleider met behulp van een interview het scriptsysteem ging uitvragen, op een heel natuurlijke manier. Het toegankelijk maken van dat wat onbewust is blijkt dan helemaal niet zo ingewikkeld.

Ook het bewerken van dat wat er zich in de groep afspeelt heb ik als leerzaam ervaren. Niet vermijden maar aangaan, ook als het soms ingewikkeld is. ‘Zorgend confronteren’ heb ik geleerd van Marijke Arendsen Hein en zij was daarin een helder voorbeeld voor mij.

Wie is jouw belangrijkste TA leermeester geweest? Met andere woorden, wie was voor jou een belangrijk voorbeeld, iemand van wie je veel geleerd hebt? En wat leerde je?

Ik ben opgeleid door Moniek Thunnissen, Marijke Arendsen Hein, Marijke Wüste en Maarten Kouwenhoven, opleiders van het eerste uur binnen de toen geheten ANITA-opleiding. Zij zijn mijn belangrijkste leermeesters. Doordat zij zo verschillend waren en op hun eigen manier  de TA kennis uitgedragen hebben, heeft dit bijgedragen aan mijn eigen identiteit als TA professional. Moniek Thunnissen was voor mij belangrijk ook na de TA-opleiding toen ik van haar supervisie kreeg over mijn werk binnen de psychotherapie-opleiding. Bea Verzaal,  Marijke Arendsen Hein, Mark Widdowson zijn mijn supervisoren (geweest) en van hen heb ik veel geleerd. Wat ik van mijn leermeesters geleerd heb geef ik nu zelf weer door. Ik vind het belangrijk een open en ontspannen leeromgeving te creëren. Ook als docent blijf ik leren en leerde  ik afgelopen jaren  in samenwerking met andere docenten. Jos ten Vergert was daarin voor mij  belangrijk om mijn eigen stijl van lesgeven en didactiek te ontwikkelen.

Wat vind je een schaduwkant van de TA?

De rijke en coherente samenhangende theorie  is een prachtig gegeven en heeft tegelijk ook een schaduwkant. Werken met TA werkt! Dat weten we van de professionals die ermee werken en cliënten die hun verhaal vertellen. Maar welke elementen zorgen ervoor dat het werkt. In de werkwijze, het gebruik maken van concepten, in de attitude. Hoe kunnen  de elementen concreet beschrijven en onderzoeken zodat we weten wat werkt. Onderzoek is denk ik belangrijk voor erkenning en verspreiding van de TA. In Nederland heeft Moniek Thunnissen  belangrijk researchwerk gedaan. Ik zou er meer aandacht voor willen.

Wat vind je belangrijk om aan de studenten van de TA academie over te dragen?

Meestal werken de TA-studenten met mensen of organisaties, waarbij het belangrijk is dat ze zichzelf en  de ander kennen en interacties en patronen herkennen in de systemen waarbinnen ze zich bewegen.

Verschillende systemische denkkaders vanuit de relatie- en gezinstherapie zoals het transgenerationele perspectief, het structurele perspectief, het hechtingsgerichte en het narratieve perspectief zijn prachtig te verbinden met TA concepten. Verschillende TA auteurs en onderzoekers hebben dit de afgelopen jaren gedaan en waren daarin mijn voorbeeld.

Gebruik je TA vooral in je professionele leven of heb je er ook in je privéleven profijt van?

Ik herinner me nog goed dat ik eerst opeens zag dat ik zegels gespaard had naar mijn leidinggevende. En dat mijn manier van hulp vragen eigenlijk het (bozig) inwisselen van die zegels was. Ik ging anders kijken naar mijn leidinggevende en ging hem enorm waarderen omdat hij mijn uitnodiging tot Spel, mijn appèl verdragen had zonder in de dramadriehoek te stappen.

En dat ik toen ook ging kijken hoe ik dat ik in mijn privéleven soms deed. En ik kreeg tools om dat anders te doen.

Wil je nog iets anders kwijt over de TA in Nederland en wereldwijd?

In 2009 ben in naar een congres in Zuid-Afrika geweest. Bijzonder om de kracht te voelen van de Zuid-Afrikanen na alles wat ze hebben meegemaakt. Ik heb ervaren dat deze TA-professionals geloven in wat ze doen om een betere toekomst te creëren en vanuit de ik+, jij+ kunnen denken en voelen, hoe moeilijk het ook is. Dit congres bracht mij terug naar mezelf  als jonge bevlogen professional van 21 jaar. Ik werkte toen als logopediste en hielp kinderen met communicatieproblemen om zich te uiten en daardoor in verbinding te kunnen zijn met de ander, een wezenlijke behoefte. En ik wilde nog meer begrijpen van hun context, hun gezin en startte een pedagogiek studie naast mijn werk. Tijdens deze  studie werd ik geraakt door het boekje ‘Grootbrengen door kleinhouden’ door Lea Dasberg. Zij noemde haar pedagogiek ‘De pedagogiek van de hoop’. Met de TA kunnen we hopelijk een steentje bijdragen aan basale waarden als ‘je mogen en kunnen uiten’ en ‘respect voor elkaar’.